Oldambt en democratie – de rekenkamer

Inleiding
Het politieke bestuur in een gemeente is zodanig opgezet dat de dagelijkse leiding in handen is van de wethouders en burgemeester (college van B & W). Daarnaast mag de gemeenteraad ook één keer in de maand over een beperkt aantal zaken beslissen, maar haar belangrijkste taak zou vooral het controleren van het college van B & W moeten zijn.

Deze opzet is in 2002 ingevoerd en wordt samen met diverse andere maatregelen dualisme genoemd.
Het is echter vooral een theoretisch model. In de praktijk gaan de coalitiepartijen, die de meerderheid hebben, vrijwel altijd akkoord met de voorstellen van hun eigen wethouders. Van controleren is geen sprake. Dat doet vooral de oppositie.


Rekenkamer
Gelukkig is er nog wel een ander controlerend orgaan, namelijk de rekenkamer. Dat is een onafhankelijke organisatie, die gevraagd of ongevraagd onderzoek doet naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Het gaat hierbij om de vraag of het geld van de gemeente zinnig, zuinig en zorgvuldig is besteed.

Sinds 2006 is het wettelijk verplicht dat iedere gemeente een rekenkamer heeft. Tot voor kort had de gemeente Oldambt die nog steeds niet.
Wel werd incidenteel een externe rekenkamer ingeschakeld voor een onderzoek. Zo werd de Ommelander Rekenkamer (samenwerking Veendam, Hoogezand en Oldambt) gevraagd vooraf de plannen van de Klinkernieuwbouw te beoordelen. Het resultaat was een kritisch eindrapport waar een raadsmeerderheid zich echter niets van heeft aangetrokken. [Klinkerartikel hier].

Bij het nog te bouwen gemeentehuis vindt een raadsmeerderheid het niet eens nodig om de rekenkamer vooraf in te schakelen. Dat kan volgens sommige partijen altijd nog achteraf. [Gemeentehuis sloop/nieuwbouw. De verantwoordelijken, deel 1-2 ]

Ondanks deze duidelijke weerzin heeft de gemeenteraad op 28 februari 2022 alsnog een rekenkamer geïnstalleerd.
Maar helaas en niet verrassend is het een halfbakken rekenkamer geworden, die sinds 1 januari 2023 ook niet meer rechtsgeldig is. Daarover straks meer.


Rekenkamercommissie of rekenkamer?
Wat betreft de opzet konden gemeenten kiezen uit twee mogelijkheden.

  1. Een echte rekenkamer die volledig onafhankelijk is en waar dus ook geen politici in zitting mogen nemen.
  2. Een rekenkamercommissie waarbij de politiek zich op allerlei manieren met de opzet mag bemoeien.

Aangezien de landelijke overheid achteraf wel inzag, dat optie 2 toch niet zo’n goed idee was, gaat deze verdwijnen. Het wetsvoorstel lag sinds 2019 bij de Tweede Kamer, maar was door allerlei landelijke politieke perikelen als demissionair kabinet en verkiezingen nog niet aangenomen. Wel is een document opgesteld met voorbeelden hoe gemeenten kunnen inspelen op de komende wetswijziging. Dat is “Inspiratiedocument” genoemd en liefhebbers kunnen het [hier] lezen.


Oldambtster rekenkamer
Ondanks de aangekondigde wetswijziging heeft de gemeenteraad in februari 2022 toch gekozen voor een rekenkamercommissie. Op dat moment kon men niet weten dat de wet op 16 november 2022 zou worden aangenomen en per 1 januari 2023 zou ingaan. [Wetsbesluit hier] Betekent dat het hele circus van het opzetten van een rekenkamer nog eens moet worden overgedaan.

De belangrijkste reden om toch te kiezen voor een rekenkamercommissie is dat raadsleden zich maximaal kunnen bemoeien met de opzet en inhoud van het orgaan. De verschillen staan [hier].


Onafhankelijkheid rekenkamercommissie
In de rekenkamercommissie die Oldambt gekozen heeft, mogen ook raadsleden zitting nemen. Daar heeft men echter van afgezien. Niet omdat de raad vindt dat er sprake zou zijn van belangenverstrengeling, maar met het oog op de te verwachten wetswijziging die dat gaat verbieden!

De gemeenteraad wil echter hoe dan ook een vinger in de pap hebben. Vandaar dat in het Oldambtster rekenkamercommissie-reglement [document hier] een aantal bijzondere bepalingen staan, die het gemeenteraad mogelijk maken zich met een onderzoek te bemoeien. De drie belangrijkste bepalingen staan hieronder vermeld. Het in mijn ogen “gevaarlijkste” deel heb ik rood gekleurd.

Het belangrijkste beinvloedingsinstrument is de zogenaamde Raadsklankbordgroep.

Citaat 1 uit reglement:

Artikel 4 Raadsklankbordgroep

1. De raad wijst uit zijn midden een raadsklankbordgroep van vier raadsleden aan die namens de raad contacten onderhoudt met de rekenkamercommissie.
2. Tot de taken van de raadsklankbordgroep behoren in ieder geval:
a. het tenminste 3 keer per jaar voeren van overleg met de rekenkamercommissie om daarbij input te leveren voor, reflectie te geven op en advies te geven aan de rekenkamercommissie.
b. het, ingeval van vacatures, aanbevelen van kandidaten voor het lidmaatschap van de rekenkamercommissie.
3. Tot de in lid 2 onder a van dit artikel genoemde input behoort het namens de raad aandragen van suggesties voor onderzoek door de rekenkamercommissie.

Deze constructie laat zien dat onafhankelijkheid een wassen neus is.

Een ander belangrijk punt is de wijze waarop een onderzoek wordt uitgevoerd.
Citaat 2 uit reglement:

Artikel 10 Werkwijze

1. De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar werkzaamheden en
vergaderingen vast. Het reglement wordt ter kennis gebracht van de raad.
2. De rekenkamercommissie stelt een onderzoeksprotocol vast en brengt dit ter kennis van de raad en het college van burgemeester en wethouders.
3. De rekenkamercommissie besteedt het onderzoek – met inachtneming van het beschikbare budget – uit aan externe bureaus.
4. De rekenkamercommissie brengt van ieder onderzoek een eindrapportage met conclusies en aanbevelingen uit aan de raad.
5. De rekenkamercommissie stelt voor haar activiteiten een jaarplan op en maakt tevens een jaarverslag. Deze worden met de raadsklankbordgroep besproken en aan de raad aangeboden.
6. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid. De rapporten zijn openbaar.

De gemeenteraad heeft bepaald, dat vanwege de onafhankelijkheid een extern bureau moet worden ingehuurd. Maar waarom zou een onafhankelijke rekenkamercommissie een onafhankelijk bureau moeten inhuren voor het schrijven van een rapport? Dat is stapelen van onafhankelijkheid. Daarnaast kun je vraagtekens stellen bij de onafhankelijkheid van een extern bureau.

En wat te denken van de financiële kant aan de zaak? Het budget van de rekenkamercommissie is niet groot. Ca 40.000 euro (streefbedrag is 1 euro per inwoner). Het inhuren van een extern bureau bovenop de kosten van de commissie zelf, kost extra geld. Een groot onderzoek kost volgens de gemeente zeker Eu 25.000,-. Dat ben je wel heel snel door het budget heen en kunnen er maar weinig onderzoeken worden opgestart.

Misschien ben ik enigszins wantrouwig ingesteld, maar gezien de weerstand bij een deel van de Oldambtster politiek tegen een rekenkamer, is dit een perfect middel om het aantal onderzoeken te beperken.

Citaat 3 uit reglement:

Artikel 5 Ambtelijk secretaris

1. Er is een ambtelijk secretaris die belast is met de administratieve ondersteuning van de
rekenkamercommissie.
2. De secretaris wordt organisatorisch ondergebracht bij de griffie.
3. De secretaris legt verantwoording over zijn werkzaamheden af aan de rekenkamercommissie.

Niet iedereen weet misschien wat de griffie doet. Daarom [hier] een korte uitleg.

Op papier is de griffie onafhankelijk, maar de gemeenteraad benoemt de baas van de griffie, de griffier. De rekenkamercommissie kan soms onderzoek doen naar besluiten van diezelfde gemeenteraad. Dat de griffie vervolgens voor beide partijen werkt, lijkt me strijdig met de onafhankelijkheid.

Ook onderzoekt de rekenkamercommissie besluiten van het college van burgemeester en wethouders. Diezelfde burgemeester is daarnaast voorzitter van de gemeenteraad. In die hoedanigheid wordt de burgemeester ondersteunt door de griffie. Ook hier is geen sprake van onafhankelijkheid.


Leden rekenkamercommissie
De rekenkamercommissie die op 28 februari 2022 is geïnstalleerd, bestaat uit drie personen, namelijk mevrouw Ilse de Haan en de heren Thijs de Zee en Elias de Haan (voorzitter).

Het lidmaatschap is overigens geen fulltime baan. De leden doen het werk erbij naast hun gewone baan.

Voorzitter Elias de Haan was in de jaren 90 wethouder namens D66 in Hoogezand-Sappemeer. Hij heeft vervolgens in zijn carrière diverse rekenkamerfuncties bekleedt (Almelo, Bedum, Hoogeveen, Oostzaan) en was jarenlang bestuurslid van de vereniging van rekenkamers en rekenkamercommissies.
Daarnaast is hij werkzaam bij STiBaBo. Dat is een adviesbureau voor overheden en non-profitorganisaties. Ook runt hij nog een eigen adviesbureau, dat zo’n beetje hetzelfde doet.

Ilse de Haan is in het dagelijkse leven onder andere werkzaam als plaatsvervangend raadsgriffier in de gemeente Westerkwartier. Net als Elias de Haan heeft zij ook een adviesbureau en wel voor provincies en gemeenten.

Het derde lid, Thijs de Zee, is werkzaam als trainee raadsgriffier (werken en opleiding volgen) bij de gemeente Westerkwartier. Daar werkt ook de hierboven genoemde Ilse de Haan. Ben benieuwd of hun bureaus naast elkaar staan.

Wanneer je een eigen adviesbureau voor overheden hebt, zoals de beide De Hanen, is het rekenkamerlidmaatschap natuurlijk een geweldige manier om bij een gemeente in beeld te komen voor de grotere klussen. (Als het lidmaatschap is afgelopen.)

Het woord “rekenkamer” suggereert, dat het vooral onderzoek doet naar de financiële kant van besluiten en projecten. Dan zou een financiële achtergrond bij minstens één van de leden toch wel gewenst zijn. Helaas is dat niet het geval.
De beide De Hanen hebben een opleiding bestuurskunde gevolgd en De Zee heeft op universitair niveau Duits en internationale betrekkingen gestudeerd.

Het zijn alle drie professionele vergadertijgers, zoals we die tegenwoordig bijna uitsluitend onder politici en in de ambtelijke wereld aantreffen. Altijd handig als je onder elkaar dezelfde taal spreekt.


Conclusie
Op deze website zijn al eerder vraagtekens geplaatst bij het democratische gehalte van de gemeente Oldambt. Het gaat om de artikelen [“Hoe democratisch is Oldambt?”] en [“Oldambt en Democratie – de gemeentesecretaris“].
De foute opzet van de rekenkamer sluit hier naadloos op aan. Dat de wetswijziging van 1 januari 2023 de gemeente tot de orde roept, maakt dit artikel zeker niet overbodig, maar het geeft juist een aardige inkijk in de denkwereld van de Oldambtster politiek.

De keuze voor een rekenkamercommissie in plaats van een onafhankelijke rekenkamer is gezien de wetswijziging al ronduit kortzichtig (eufemisme), maar het reglement is zondermeer boosaardig.
Dat een gemeenteraad het controleren van haar eigen controleur normaal vindt, is vanuit democratisch oogpunt gezien een beschamende vertoning.

De door de Oldambtster politiek gekozen opzet is al ernstig genoeg, maar dat de leden van de rekenkamercommissie zich kunnen vinden in een reglement dat hun allerlei beperkingen oplegt, is werkelijk diep triest. Het roept twijfels op over hun integriteit en het uiteindelijk resultaat van hun onderzoeken.

Dat twee leden (Ilse de Haan en Thijs de Zee) in het dagelijkse leven collega’s zijn bij dezelfde gemeente (Westerkwartier) is voor de onafhankelijk van de commissie ook al geen positief punt.

Daarnaast hebben twee van de commissieleden (Ilse en Elias de Haan) een eigen adviesbureau. Financieel gezien levert het lidmaatschap niet veel op. Is dit een manier op een voet tussen de deur te krijgen bij een gemeente voor toekomstige, grotere adviesklussen?

Als de leden van de rekenkamercommissie een klein beetje eergevoel in hun lijf hebben, stappen zij zo snel mogelijk op.

De Oldambtster werkgroep bestaande uit de raadsleden Tim van Bostelen (CDA), Ger Klein (Gemeentebelangen) en Harold de Groot (VVD) en griffier Jelte van der Meer hebben de gemeente Oldambt een slechte dienst bewezen met hun voorstel voor de opzet en leden van de huidige rekenkamercommissie.

Nu de wetswijziging die de opzet van de Oldambtster rekenkamercommissie verbiedt per 1 januari 2023 van kracht is geworden, heeft de gemeente 1 jaar de tijd om alsnog een echte rekenkamer op te zetten. De foute versie is uiteindelijk verspilling van geld en mankracht. Misschien wel een mooi onderwerp voor een onderzoek van de rekenkamer.


Hoe dan wel?
Een doeltreffende oplossing is het instellen van een echte, onafhankelijke rekenkamer die voor meerdere gemeenten werkt. Door de budgetten van de verschillende gemeenten samen te voegen, ontstaat er financieel zoveel ruimte dat de leden van de rekenkamer een fulltime baan kan worden aangeboden.

Dat gebeurt al in Rotterdam waar wordt samengewerkt met de gemeenten Barendrecht, Lansingerland, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Albrandswaard.
Ook de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren zijn een samenwerkingsverband aangegaan.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *