Berichten

Waar is Bard Boon (wethouder jeugdzorg) ?

De Oldambtster gemeenteraadsleden hebben van het college van burgemeester en wethouders een lijst gekregen met onderwerpen waarop mogelijk bezuinigd kan worden. Op maandag 23 september wordt over de lijst gediscussieerd in de gemeenteraad.

Een deel van de bezuinigingsvoorstellen lijkt op voorhand al dan niet bewust in de openbaarheid te zijn gebracht. Mogelijk om te zien hoe er gereageerd zou worden. Wat dat betreft was het geen verrassing dat de plannen al tot veel maatschappelijke onrust en boosheid hebben geleid.

Veel voorstellen leveren slechts een relatief geringe besparing op, maar hebben wel behoorlijk maatschappelijke negatieve gevolgen, zoals onderhoud van voetbalvelden (€ 120.000) of onderhoud begraafplaatsen (€ 24.000). Behalve dat het geld bespaart, is een ander veel gebruikt argument dat het geen wettelijke verplichting is dat de gemeente het onderhoud doet. Andere voorstellen zijn slecht doordacht, zoals het schrappen van de schaapskudde. Ooit ingesteld om te bezuinigen op het grasmaaien. Hoe wil je dan dat gras gaan bijhouden?


Waarom bezuinigingen?
Oorzaak van de bezuinigingen zijn vooral de tekorten op de jeugdzorg en in mindere mate de WMO.
Sinds 2010 is Bard Boon de verantwoordelijke wethouder voor de jeugdzorg. Hij is in deze hele discussie echter volledig afwezig. Dat is toch vreemd. Je hebt als wethouder een enorm tekort op je begroting, maar zwijgt als het graf. Oké, één keer heeft de wethouder iets over de jeugdzorg gezegd. Dat ging echter specifiek over bijzonder onderwijsschool De Stuwe in Winschoten. (bron: DvhN van 21-09-2017)
Opmerking: Vanaf 2018 valt WMO onder verantwoordelijkheid van wethouder Broekhuizen. Wordt op de gemeentelijke website echter niet aangegeven. Daarvoor onder wethouder Boon.

De enige die over dit onderwerp in de media regelmatig iets heeft gezegd, was de inmiddels opgestapte wethouder van financiën, Kees Swagerman (SP).
Ja, het gaat over geld, maar dat geldt voor een heleboel zaken. Zou betekenen dat de wethouder van financiën voortdurend iets moet zeggen als bij een andere wethouder iets niet goed gaat. Dat lijkt me toch niet de bedoeling.

Swagerman had als wethouder financiën al lang aan de bel moeten trekken in de zin van “Er is een x bedrag beschikbaar. Daar moet je het mee doen.”
Dat deed ie niet. Hij ging in de media luidkeels klagen over de landelijke overheid die te weinig geld beschikbaar zou stellen.

Dat zal best, maar dat geldt wel voor meer onderwerpen. Maar bij de jeugdzorg gaat het om kinderen en die zijn blijkbaar heilig. Iedere aanvraag om hulp wordt gehonoreerd. Uiteraard kom je dan geld tekort. Betekent dat je ergens een grens moet trekken. Dat gebeurt dus niet. Sterker nog, alle burgers moeten bloeden wegens die tekorten.


Zorg creëert haar eigen klanten
Onlangs schreef Elsevier Weekblad het volgende over de jeugdzorg:

Een snel groeiend deel van de jeugd redt het kennelijk niet zonder hulp, vinden ouders, leerkrachten en zorgverleners. Mogelijk is de jeugdzorg door de invoering van bijvoorbeeld buurt- en wijkteams ook toegankelijker geworden. De steeds grotere vraag jaagt gemeenten op kosten: die moeten daardoor spreiden, waardoor er minder geld overblijft voor de echt zware gevallen.
Scholen zijn vaak de eerste halte bij het bestempelen van kinderen als “afwijkend”. Hoe minder probleemgevallen, hoe hoger de scores. Gemeenten doen net zo hard mee. Ouders spelen ook een belangrijke rol: zij denken sneller aan psychiatrische stoornissen dan vroeger. Als ouders of leerkrachten menen een gedragsstoornis bij een kind waar te nemen, roepen ze gemakkelijker hulp in. Bijna nooit wordt tegen die ouders gezegd: “‘Beste ouders, uw kind is lastig, maar niet abnormaal.”

bron: Elsevier 03-05-2019 – complete artikel hier

Winschoten heeft een school voor bijzonder onderwijs, “De Stuwe”, waar het aantal leerlingen tegen de verwachting in enorm is toegenomen. Bij de start in 2013 was juist een daling verwacht.  Daarom heeft de gemeente dit jaar 1,2 miljoen euro uitgetrokken om de school uit te breiden met 5 lokalen. Dat sluit naadloos aan op het Elsevier verhaal hierboven.
Het klinkt heel mooi passend onderwijs voor kinderen met problemen, maar die problemen zijn vaak maar tijdelijk. Maar het kind denkt uiteindelijk wel dat het anders is dan de anderen. Uiteindelijk wordt het er helemaal niet beter van.


Waar wordt het geld aan uitgegeven?
Het trieste is wel, dat gemeenten niet eens goed te weten waar het geld naar toe gaat. Grote zorginstellingen als Elker-Het Poortje, Lentis en Accare zeggen vrijwel geen toename te kennen van jeugdhulp. Wel is duidelijk dat een deel gaat naar extra ambtenaren bij de gemeenten, sociale wijkteams en via aanneem-constructies naar kleine jeugdzorgbedrijfjes. (bron: DvhN_19-11-2018)

Die organisatorische kerstboom is terug te zien aan de manier waarop gemeenten de zorg inkopen.
De Groninger gemeenten hebben samen de Gemeenschappelijke Regeling Publieke Gezondheid & Zorg opgericht (GR P & GZ). Die heeft weer een subafdeling, de RIGG, die uiteindelijk de jeugdzorg inkoopt. In het bestuur van de “Gemeenschappelijke Regeling” zit een wethouder van iedere deelnemende gemeente. Namens Oldambt is dat Bard Boon. Hier extra info.

Woordvoerder is de Stadskanaalster wethouder Johan Hamster (CU). Over het gebrek aan inzicht in de kosten maakte hij de volgende opmerking:

We werken er hard aan de stijging van de kosten inzichtelijk te krijgen.
(bron: DvhN _19-11-2018)

Let wel, de problemen waren toen al een aantal jaren bekend. Blijkbaar vond hij dat niet zo belangrijk gezien de volgende uitspraken eerder dat jaar.

Het kost meer dan verwacht, maar daarvoor heb je dan wel meer jeugdzorg dan voorheen. En in Groningen zijn tenminste geen wachttijden of opnamestops.

Oké, de gemeenten in Groningen kunnen dan maar wat minder aan andere zaken uitgeven. Het is toch onze maatschappelijke taak ervoor te zorgen dat het goed gaat met de bevolking? Dat kost dan blijkbaar geld.
(bron: DvhN_30-03-2018)

Dat is wel erg simplistisch geredeneerd.

Gelukkig zijn er ook wethouders die iets realistischer tegen de zaak aankijken. Wethouder Peter Verschuren (SP) van Midden-Groningen zei onlangs het volgende:

We hebben zeker bij de jeugd de laatste jaren erg makkelijk alle verzoeken om hulp gehonoreerd. Wij zeiden: niet moeilijk doen, gewoon hulp geven.
Vorig jaar kampte de gemeente Midden-Groningen met een tekort van bijna zeven miljoen euro op de jeugdhulp. De maatregelen die naar aanleiding daarvan werden genomen, brengen het tekort naar verwachting dit jaar terug tot een kleine vijf miljoen euro. Nog steeds te veel en daarom moet er dus verder worden gesneden in de uitgaven.
(Bron: website RTVNoord_05-09-2019)


Oorzaken tekort gemeente Oldambt
De gemeente Oldambt geeft toe dat het tekort ook mede veroorzaakt wordt, doordat zij zelf te veel uitgeeft. Citaat:

Onze begroting en meerjarenraming laten forse tekorten zien. Deze tekorten komen voort uit met name een tweetal factoren. Een belangrijke factor is de gevolgen van de recente decentralisaties in het sociaal domein waarvoor het Rijk onvoldoende middelen meegeeft. Daarnaast zijn er tekorten ontstaan als gevolg van eigen beleid.

Vertaling: De landelijke overheid geeft ons te weinig geld, maar wij geven desondanks toch meer uit dan we hebben.

[Bron: document 9bA1 – Ingredienten herstelplan.pdf]

Sluitende begroting Oldambt
Om het begrotingstekort voor de komende jaren op nul te zetten, hebben de wethouders een lijst met bezuinigingsvoorstellen opgesteld. Dat wordt “herstelplan” genoemd (wie verzint in vredesnaam zo’n stupide eufemisme). Het overzicht staat hier.

Het bijzondere is dat op de WMO wel wordt bezuinigd, maar de post die voor een miljoenentekort zorgt, de jeugdzorg, bijna niet. Ja, er wordt eerst € 550.000  geïnvesteerd in de hoop dat er € 1,1 miljoen bespaard wordt. Dus men hoopt op een netto besparing van € 550.000 uit te komen. [Meer info hier.] WMO zat altijd in de portefeuille van wethouder Boon. Nu is wethouder Broekhuizen verantwoordelijk en kan er blijkbaar wel bezuinigd worden.

Potverteren
Veel ernstiger is dat de reservepot met aandelen Enexis wordt gebruikt om de komende jaren (2019-2022) het resterende tekort op de begroting te dekken. Uit deze pot wordt maar liefst 16 miljoen euro gehaald. Een dergelijke reserve is bedoeld voor incidentele tegenvallers, niet voor structurele tekorten. De Provincie moet dit oneigenlijke gebruik nog goedkeuren, maar het is te hopen dat dat niet gebeurt.


Conclusie
Weer wordt duidelijk dat politici hun werk niet goed doen en al een aantal jaren weglopen voor het nemen van maatregelen, namelijk het mes zetten in de jeugdzorg en dan vooral de organisatorische opzet.
Dan is ook het grootste deel van de bezuinigingen overbodig.

Een deel van die bezuinigingen is in mijn ogen wel terecht, zoals het deels schrappen van het kinderontbijt op 3 basisscholen (besparing € 40.000), desondanks wordt er nog steeds € 40.000 aan besteed. Dat is echt geen gemeentelijke taak.

Hetzelfde geld voor 38 inwoners van de voormalige gemeente Reiderland, die ieder jaar gemiddeld per persoon 1000 euro op hun rekening gestort krijgen als reisvergoeding zonder dat er ook maar 1 bonnetje tegenover staat. Ja zegt de gemeente, dat zijn oude regelingen.
Blijkbaar kan er nu wel iets aan worden gedaan.

Waar helaas niet op bezuinigd wordt, is de kledingbon voor kinderen t/m 18 jaar.
In 2017 gaf de gemeente 115.000 euro weg (772 bonnen van € 150, -).  In 2018 ging het om ruim € 56.000 (756 bonnen van € 75 ). De gemeente noemt de regeling een groot succes. Zucht, hoe is dat toch mogelijk.

Het is onbegrijpelijk dat de gemeenteraad voortdurend cadeautjes uitdeelt alsof het geld met bakken binnenkomt. Al jarenlang verslonzen de stad en omliggende dorpen, maar de gemeenteraad is ziende blind en heeft alleen maar oog voor de groep mensen die weinig te besteden heeft.
Wat de raad vergeet, is dat er ook een heleboel mensen zijn die een bescheiden salaris verdienen en veel kosten hebben (hypotheek, studerende kinderen), maar voor geen enkele vergoeding of kwijtschelding in aanmerking komen. Dat zijn de mensen die ook nog eens de cadeautjes betalen die de gemeenteraad uitdeelt onder het mom van armoedebestrijding.

Zou mooi zijn als de raad dat eens zou beseffen.

Verkiezingen 20 maart – klimaatwet – stem wijzer!

Inleiding
Op 20 maart 2019 mogen we onze stem uitbrengen voor de Provinciale Staten (en waterschappen).
Alhoewel het in eerste instantie om provinciale verkiezingen gaat, draait het eigenlijk vooral om de daarvan afgeleide nieuwe 1e Kamer. Die bepaalt namelijk hoe Nederland de komende jaren wordt bestuurd. Het is niet de vraag of de huidige landelijke coalitie gaat verliezen, maar hoeveel zetels zij kwijtraakt. Dat de regering een meerderheid in de 2e Kamer heeft, maar een minderheid in de 1e Kamer, hoeft zeker niet te leiden tot een onbestuurbaar land. Wel kan het zorgen voor bijsturing op extreme punten zoals de klimaatwet.

Deze krankzinnige wet waardoor huishoudens tienduizenden euro’s zouden moeten uitgeven, zodat de temperatuur op de aarde in 2100 met slechts 0,0003 graad Celsius minder stijgt. (link factcheck Volkskrant hier, Elsevier artikel Marcel Crok hier), is gevaarlijk voor de Nederlandse economie in het algemeen en de portemonnee van de burger in het bijzonder. Verderop meer hoe u daar als burger toch nog wat aan kunt doen. De wet is namelijk nog niet door de 1e Kamer aangenomen. Maar eerst weer verder met de provincie.


Opzet provinciaal bestuur
Alhoewel de provincie een bestuurslaag vormt met veel achterhaalde taken, vindt zij zichzelf nog steeds heel belangrijk. Als kiezer mag u daar op 20 maart over oordelen. Daarom is wat achtergrondinformatie misschien wel prettig. Hoe zat het ook al weer?

Vergaderzaal provinciale Staten – foto Provincie

Organisatorisch is de provincie goed te vergelijken met een gemeente. De Commissaris van de Koning is de burgemeester. Gedeputeerden zijn wethouders en Statenleden raadsleden.
Het dagelijkse bestuur van de provincie bestaat uit 5 gedeputeerden van CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks en SP. Het werk wat ze doen, is zo belangrijk, dat ze allemaal een dienstauto met chauffeur nodig hebben. Vinden ze althans zelf. Kunnen er namelijk mooi stukken worden doorgenomen als er weer eens vergaderd wordt in Den Haag. Zo’n dienstauto is trouwens ook handig als je naar een feestje receptie moet.
Het bruto maandsalaris van een gedeputeerde bedraagt ca 8500 euro + 8,3% eindejaarsuitkering (= Eu 8466,-). Daarnaast is er nog een maandelijkse onkostenvergoeding van Eu 355,-.
Waarom moeten deze mensen in vredesnaam een eindejaarsuitkering ontvangen?

Het werk van de gedeputeerden wordt gecontroleerd door Provinciale Staten (vergelijkbaar met de gemeenteraad). De provincie Groningen heeft 43 statenleden, die lid zijn van landelijke partijen, maar kent ook provinciale partijen als PvhN en Groninger Belang. Het is geen fulltime baan. De meeste statenleden waren daarvoor lid van een gemeenteraad en dat verklaard ook de gebrekkige kwaliteit. Klinkt wat onaardig, maar is niet zo bedoeld. Kom ik zo op terug. Per maand ontvangt een statenlid bruto Eu 1163,- + onkostenvergoeding van Eu 170,-.

Het werk wat de provincie doet, boeit u misschien niet zo. Op zich is dat geen wonder. De belangrijkste taken zijn het controleren van gemeenten en het opzetten van gemeentegrens overschrijdende projecten. Helaas gaat dat vaak mis. Zodra een project groter wordt dan een postzegel, faalt de provincie volledig. Wat dat aangaat, zijn provincie en gemeenten goed met elkaar te vergelijken.

Provinciale miskleunen zijn bijvoorbeeld de aanleg van Blauwestad (wel mooi dat het er nu is), tramplan stad Groningen, aanpak aardbevingschade, bouw windmolens, controle grote vervuilende industrie, ombouw ringweg stad Groningen en herindeling Haren/Groningen/Ten Boer.
En waarom wordt de groei van Stad Groningen niet stopgezet? Er ontstaan alleen maar meer problemen met bereikbaarheid en gebrek aan (betaalbare) huizen. Langs de A7 is ruimte genoeg voor industrieterreinen. Betere bereikbaarheid bestaat niet.
Gemeenten zijn niet vrij om woningen te bouwen. Alles is dichtgetimmerd door de provincie. In veel gevallen mag alleen nieuw gebouwd worden als een bestaande woning wordt gesloopt. Laat dat aan gemeenten over. Leuk stukje grond gevonden en niemand heeft bezwaar? Prima, zet er maar een huis neer.
Ja, er staan veel huizen te koop op Funda. Maar dan gaat het vaak om zwaar overgeprijsde, incourante woningen.


Gemeentelijke taken
In plaats van zich te concentreren op provinciale taken, begeeft de provincie zich juist meer op gemeentelijk terrein. Daarbij gaat het vooral om het weggeven van geld (subsidies). Jaarlijks worden honderden kleine en grote bedragen uitgekeerd aan verenigingen, stichtingen en individuele burgers. Bijvoorbeeld 3000 euro voor de zanginstallatie van een shantyclub, 1100 euro t.b.v. een rolstoelvriendelijke vissteiger, 657 euro voor de fiets3daagse van een ijsclub (!), 437 euro voor een dorpsfeest.
Maar ook grote bedragen, zoals bijna 3 miljoen voor het Zernike Innovatiecentrum (Groningen). De lijst met éénmalige subsidies staat hier.

Het zijn allemaal prachtige werkverschaffingsprojectjes voor het ambtenarenapparaat. Die hebben dankzij allerlei herindelingen minder werk te doen. Dus zou je met minder ambtenaren uit de voeten kunnen, maar zo werkt dat niet bij de overheid. Hier een tabel met het aantal provincie-ambtenaren van de afgelopen jaren (fulltime en parttime).

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
943 889 890 802 785 766 789 817

Bron: jaarverslag prov. 2017


Financiën provincie (2017)
In 2017 zag het totaal aan inkomsten en uitgaven volgens de jaarrekening er als volgt uit.

Uitgaven              453 miljoen
Inkomsten           389 miljoen
————–
tekort                      64 miljoen

Het tekort van 64 miljoen werd opgevangen door de reserves aan te spreken. Daardoor ontstond “zomaar” een overschot van 6 miljoen. Vervolgens wordt dat weer teruggestort in de reservepot. Dat schuiven met geld is ook terug te zien bij gemeenten [hier Oldambt overzicht].
Het blijft merkwaardig hoe overheden tekorten of verliezen creëren door te schuiven met reserves. Het argument is, dat zoiets ontstaat wegens eerder aangegane verplichtingen. Dat zal best, maar dan geeft het geen goed beeld hoe een gemeente of provincie er aan het eind van het jaar voorstaat.

Van de 453 miljoen aan uitgaven gaat 77 miljoen op aan de eigen organisatie. Dus salaris ambtenaren, koffiemachines en dak boven het hoofd.
Het geld dat de provincie uitgeeft, komt voornamelijk van de landelijke overheid, 233 miljoen, en de provinciale autobelasting 53 miljoen. Deze autobelasting, opcenten genaamd, is onderdeel van de landelijke wegenbelasting. Het merkwaardige is dat het tarief per provincie verschilt. In Groningen betaalt u voor een auto van 1150 kg 289 euro. In Friesland betaalt u voor dezelfde auto 226 euro. Landelijk staat Groningen op plaats 4.


Verantwoording uitgaven
Over het geld dat de provincie uitgeeft en binnenharkt, moet uiteraard verantwoording worden afgelegd aan de statenleden. Dat gebeurt in de jaarrekening.
Die moet goed leesbaar zijn. Dat is hier totaal niet het geval. Het jaarverslag 2017 telt maar liefst 323 pagina’s + 180 pagina’s met bijlagen. Het is een onleesbare brij van tekst en tabellen.
De meeste statenleden zijn afkomstig uit de gemeenteraden in de provincie. Gezien de complexiteit van de jaarrekening, is controle door het gemiddelde statenlid dan ook niet te doen. Niet alleen vanwege de financiele trucjes, maar ook door het ambtelijke taalgebruik.
Een prachtig voorbeeld van versluierde informatie over de autobelasting (opcenten) staat hier:

De achterblijvende opbrengst wordt veroorzaakt doordat in de raming over 2017 in de Najaarsnota de omvang van de seizoengebonden stijging van de aantallen in het kwarttarief aan het einde van het jaar niet is teruggeraamd, waardoor met een gemiddeld te hoge opbrengst opcenten kwarttarief is gerekend.

(Vertaling: Wij zaten te slapen toen de opbrengst te hoog werd ingeschat.)

Bron:  jaarverslag 2017, pagina 173 – Opbrengst provinciale belastingen


Waarom toch stemmen?
De onderlinge verschillen tussen de partijen zijn niet zo groot als zij zelf suggereren. Er zijn meerdere kieswijzers waarop dat getest kan worden. Bijvoorbeeld Kieskompas Groningen en Provinciekieswijzer.
Een interessante stemwijzer is die van de Volkskrant. Die laat zien hoe de partijen in de 1e Kamer de afgelopen jaren hebben gestemd.

Aangezien deze verkiezingen verder gaan dan alleen provinciaal beleid is het misschien verstandig om u bij de keuze voor een bepaalde partij niet te laten leiden door wat deze provinciaal wil doen, maar vooral landelijk.
Er zijn allerlei belangrijke onderwerpen, maar de belangrijkste is in mijn ogen de klimaatwet. De gevolgen daarvan komen uiteraard ook provinciaal en lokaal weer terug.
Mocht u zo langzamerhand doodziek zijn van het geneuzel over de zogenaamde opwarming van de aarde en we daarom van het aardgas af zouden moeten, dan zou u kunnen overwegen op een partij te stemmen die daar een genuanceerdere opvatting over heeft dan de regeringspartijen en een groot deel van de oppositie.
Hoe? Stem op een provinciale partij die tegen de huidige klimaatplannen is. Deze provinciale partijen kiezen een nieuwe 1e Kamer die mogelijk de plannen kan tegenhouden. (De klimaatwet is op 20 december 2018 door de 2e Kamer aangenomen).

In onze provincie zijn slechts 4 partijen tegen de huidige klimaatwet. Hier stonden in eerste instantie dan ook de namen van die partijen, maar aangezien BOB met geen enkele partij geassocieerd wil worden, heb ik ze weer weggehaald. Mogelijk hebben die partijen niet uw voorkeur, maar de bestaande partijen maken al decennialang een puinhoop van Nederland. Slechter kan het gewoon niet. Neem de gok en stem eens op een andere partij.

Is dat een te grote gok en bent u tegen windmolens in bewoond gebied? Kijk dan eens naar het standpunt over windmolens van de provinciale partijen. Die zet je niet bij burgers in de achtertuin. Groningen heeft pech met een gedeputeerde (Nienke Homan) van GroenLinks die niet geïnteresseerd is in de belangen van burgers, maar in GroenLinks-dogma’s zoals windenergie.


Tot slot
Tja, eigenlijk is dit een raar stukje geworden. Ik heb zelfs overwogen het te schrappen. Dat komt vaker voor. Gelet op de naam van deze website zou het over het Oldambt moeten gaan. Die komt bijna niet aan de orde.  Het zou ook over de provinciale verkiezingen moeten gaan, maar dat gebeurt ook niet. Wat ik over de provincie schrijf, laat vooral de overbodigheid op diverse terreinen zien. Dit artikel gaat vooral over de klimaatwet, terwijl dat nou net een landelijke aangelegenheid is. Maar gezien het grote belang van die klimaatwet en de mogelijkheid die u als kiezer heeft om er wat aan te doen, vind ik het toch belangrijk om dit stuk te plaatsen. We worden namelijk massaal besodemieterd door de klimaatgekkies. Dat kunt u uitgebreid lezen in het stuk “Nieuwolda en Wagenborgen aan het biogas”.
De afgelopen weken waren daar 2 opvallende voorbeelden van te zien.
Op de nieuwssite nu.nl kunnen lezers reageren op artikelen via nujij. Reacties waarin echter staat dat er geen sprake is van opwarming of dat de mens daar niet schuldig aan is, worden door de redactie verwijderd. Toelichting hier

Dan het KNMI. Opa en oma vertelden altijd dat de zomers vroeger veel warmer waren. Dat kon je ook zien aan de cijfers van het KNMI. Tussen 1901 en 1951 waren er veel vaker hittegolven. Volgens het KNMI klopte dat niet en heeft zij een temperatuurcorrectie gedaan waardoor een groot deel van de hittegolven verdwenen is. Meer info bij de staat van het klimaat.

Wat ook in dit BOB-artikel weer opvalt, is dat bestuursorganen vooral bezig zijn om zichzelf in stand te houden. Het nut naar de burger (belastingbetaler) toe is beperkt. Dat geldt voor zowel gemeenten als provincie. De gecreëerde complexheid van begrotingen en jaarverslagen maakt het voor de degene die de beroepsbestuurders als wethouders en gedeputeerden moet controleren niet gemakkelijk. Dat geeft deze bestuurders en niet te vergeten de ambtenaren die zulke stukken opstellen een enorme machtspositie en kennisvoorsprong.

Raadsleden en statenleden zijn vooral uit ideologische overtuiging bezig in de politiek. Helaas is dat niet voldoende. Veel zaken draaien om geld. Een stukje financiële kennis is dan ook heel belangrijk. Niet iedereen in een partij hoeft accountant of boekhouder te zijn, maar op z’n minst 1 persoon met een financiële achtergrond is zeer gewenst.

Goed beschouwd is Nederland bestuurlijk gezien al jaren kapot, stuk en zou dan ook gereorganiseerd moeten worden. Met vrienden heb ik het er regelmatig over waarom wij een politiek bestuur hebben wat totaal niet naar haar kiezers luistert. Uiteindelijk ontstaat er een categorie burgers, die het spuugzat is en het heft in eigen handen neemt. Dat betekent dus geweld. Je ziet het gebeuren bij de windmolens.

Als we naar de gemeente Oldambt kijken, zie je ook een bestuurslaag, wethouders en gemeenteraad, die in haar eigen droomwereld leeft. Een gebouw als de bibliotheek wordt afgebroken. Er wordt ruim 10 miljoen uitgetrokken voor een ambtenarenpaleisje naast de Hema. Inmiddels werd afgelopen week bekend, dat zo’n 20 miljoen euro nodig is om wegen en straten in het Oldambt op te knappen. U en ik zien als burger het straatbeeld al jarenlang verslonzen, zoals slecht onderhouden groen en wegen. Maar de politici hebben blijkbaar andere prioriteiten.

Wat voor signaal moet je als burger nog afgeven om de politiek tot de orde te roepen? Ik snap ook wel dat het niet sexy is om als wethouder op de winkel te passen, maar bij gebrek aan geld voor grote projecten lijkt me dat toch de beste oplossing. We hebben in Nederland een gebrek aan boze burgers die letterlijk met de vuist op tafel slaan. Ik had niet verwacht, dat ik het ooit zou denken, laat staan schrijven, maar het ontbreekt aan mensen als Fré Meis. Nee, ik ben geen communist, maar begin wel steeds meer respect te krijgen voor dergelijke onvermoeibare activisten.

Het is te hopen dat er ook in het Oldambt zo iemand opstaat.